KastelenInNederland.nl

Huis te Laar / Hof te laer

Heden ten dage...

Plaats
Laar
Gemeente
Zundert
Provincie
Zundert
Commentaar? hier
Datum gegevens
do 5 maart 2015
Geraadpleegd (12 mnd)
402
 

Locatie:

Het huis lag ten oosten van Zundert, net buiten de kom van Zundert, aan het huidige Laarpark.

Over van middeleeuwse toestand:

Het gehele terrein is overbouwd.
Van het kasteel is niets meer terug te vinden.

Geschiedenis

 

Etymologie:

Laar is een open plek in een bos.

Bouwgeschiedenis:

Stichting
1475
Zichtbare toestand:
Geheel overbouwd

Typologie tekst:

Hoe het kasteel eruit heeft gezien is niet bekend. J. Gommers beschrijft het als een zeer oude burcht, omgeven door diepe grachten, en voorzien van alle verdedigingsmiddelen, welke in de middeleeuwen in gebruik waren.
Bron: Algemeen Rijksarchief Brussel, archief Leenhof van Brabant, aveux et denombrements nr 2100bis, 15 juli 1474, folio 41 verso:
Jouffrouw Margriete vanden Lare, Jans van Nedervenne huysfrouwe, houdt huere heysinge te Sundert geheiten thof vanden Lare metten toebehoirten houdende omtrent vier loepen saets, weit synde den gront omtrent III Rijnsguldens.

Bouwgeschiedenis:

Het huis bestond al in 1475. Waarschijnlijk is er door de jaren heen veel aan het kasteel verbouwd. In de achttiende eeuw bestond het complex uit een prachtig ingericht huis omgeven met kunstmatig aangelegde tuinen, parken en wandeldreven. Rechts van het huis stond een hoeve, met koeien- en paardenstallen en schuren; hierachter lag een grote boomgaard. Het geheel was door grachten omgeven. In 1810 werd het kasteel door de in Zundert gelegen Engelse troepen in brand gestoken. Het kasteel werd volledig verwoest; alleen de bijgebouwen bleven gespaard. In 1827 werden de grootste puinhopen opgeruimd, waarna in 1830 de bruikbare stenen werden gebruikt voor de bouw van het raadhuis in Zundert. In 1849 werden de laatste restanten verwijderd.

Bezitgeschiedenis:

Tot aan zijn dood in 1475 was het kasteel eigendom van Jan van Nassau. Zijn zoon Engelbert II van Nassau erfde het huis. Deze verkocht het huis aan Jan van Nederven, schout van Zundert en Rijsbergen. Na diens dood in 1480 vermaakte zijn weduwe Margriet van de Laer het hof met alle bijbehorende allodiale goederen, cijnsen en lenen aan Hendrik van Nassau. Deze gaf het in 1532 aan Roelof van Daelhem, heer van Dongen. In 1544 verkocht hij het kasteel door aan jonker Pauwels van Nassau, die het in 1547 weer doorverkocht aan Maria van Wyngaerden. In 1630 verkocht Wynand Glymes van Wyngaerden, ridder en burggraaf van Geldernacken, het huis aan jonker Engelbrecht Mannemaeker van Liedekerke, heer van Hoffwegen. Na diens dood verkocht zijn moeder, Louise van Oyenbrugge aan jonkheer Diederik van der Does. In 1655 werd jonker Nicolaas van der Duyn eigenaar, welke het huis in 1679 weer verkocht aan Johan van Bergen, schout van Zundert en Rijsbergen. Hij overleed in 1701 op het slot, waarna zijn zoon het huis erfde en het in 1712 verkocht aan Arnout Otto, majoor in het regiment van de prins van Saksen-Weilborg. In 1744 verkocht zijn weduwe, Anna Catherina Valkenier het kasteel aan Andreas Augustus Pretorius, generaal der infanterie en kolonel van een regiment voetvolk in dienst van de Republiek der Verenigde Nederlanden. In 1763 werd Josephus Constantinus van Beeck de nieuwe eigenaar. In 1787 kwam de Laer aan Jean François de Roode, die het op zijn beurt in 1792 weer verkocht aan Johan Michiel Zorreth, luitenant-generaal in dienst van de Republiek. De oud-kassier van prins Willem V, Deen, werd in 1799 eigenaar. Rond 1804 verwisselde het huis weer van eigenaar en kwam het in handen van J.J. van Trier d’Hautbierge. De laatste eigenaar was F.J. de Ridder de Rancour, burgemeester van Brussel.

Verwijzingen

Kastelenlexicon
 

Algemeen:

Tekst: Peter van der Wielen, 14-04-2004

Afbeeldingen:

-’t Hof te Laer in Zundert, schets, D. Verrijk 1734-1786
Literatuur:
Gommers, J.W.A., Het kasteel van Zundert genaamd ‘het Hof te Laer’, 1909

Publicaties:

M. van Boven - Kastelen in Brabant; van burcht tot landhuis, 1982 -- blz 155

A.J. van der Aa - Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, 1839 -- DL.VII 7, DL.XIII 232