Kastelen In Nederland.nl

Torenburg / Tornenborch

Hede ten dage...

Plaats
Alkmaar
Gemeente
Alkmaar
Provincie
Noord-Holland
Coördinaten RD x - y
112,150 - 516,300
Coördinaten dec nbr -ol
52.6324000 - 4.7535530
Commentaar? hier
Datum gegevens
zo 21 februari 2010
 

Locatie:

Waar de herenstraat eindigt in het Noordholland kanaal. Ten westen van de Friese brug.

Over van middeleeuwse toestand:

Waarschijnlijk bij het graven van het Noord-Hollands kanaal zijn alle sporen verdwenen.
Ook werd tijdens archeologisch onderzoek in 1969 de oostelijke grens van de "kooltuin" teruggevonden. Men trof namelijk resten van een beschoeiing aan.

Geschiedenis

Voldoet aan definitie
voldoet
 

Etymologie:

De naam van het kasteel de Torenburg is een naam dat voor zichzelf spreekt. Een samenstelling uit de oorspronkelijke Middelnederlandse woorden 'torn' (of 'toren') en 'borch' (of 'burch')(=burcht, kasteel, versterking, versterkt huis, versterkte stad, citadel, fort).

Hoe de Torenburg aan zijn naam kwam is niet bekend. Er zijn bepaalde aanwijzingen dat er ooit op de plek van dit kasteel een oude versterking stond (de Graaf noemt graaf Willem I als bouwer van deze oorspronkelijke versterking). Deze versterking, die zou bestaan uit een stevige ronde toren, werd door graaf Willem II in 1250 hergebouwd (of verbouwd) tot een meer moderner kasteel met een vierkant grondplan, met op elke hoek een toren. Deze informatie is echter grotendeels twijfelachtig omdat het deels is ontrokken vanuit een niet te bevestigen bron uit 1617

Bouwgeschiedenis:

(Bouw)fase 1 - 1250 t/m 1410
Typologie
Vierkante of rechthoekige burcht
Zichtbare toestand:
Intact
Gebouwd door Graaf Willem II van Holland om de West Friezen te onderwerpen.
(Bouw)fase 2 - 1410 t/m heden
Typologie
Vierkante of rechthoekige burcht
Zichtbare toestand:
Vlak terrein

Bouwgeschiedenis:

"...Anno 1234 heeft graaf Willem (Willem I), graaf Dirks broeder, op desen borg zijn hof gehouden, zijnde toen een ronde toren daarna door koning Willem (=Willem II) tot een vierkante burcht gemaakt, hebbende op elke hoek een toren, als nu de Friese Poort nog is. De meeste steen is Duyvensteen geweest..."

Het blootleggen van de funderingen in 1835 heeft veel duidelijk gemaakt. Op de plattegrond zien we muren van ca. 1 meter breed en twee zware torens met een uitwendige middellijn van ca. 7,5 m. Het is te zien dat de grote zuidelijke toren voor een deel verdwenen is. Blijkbaar is een deel weggebroken bij de aanleg van de stadsgracht in 1528. Daarvoor in de plaats kwam waarschijnlijk het kleine torentje dat misschien een onderdeel was van de omwalling. De Friese Binnenpoort stond juist op deze plek! De Friese Buitenpoort bevond zich meer westelijk.
We zien in een oogopslag de onregelmatige vorm van het kasteel. Dit is in tegenstelling met de eerder genoemde vierkante burcht. Ook lijken er een aantal bouwfasen te zijn, deze zijn zichtbaar in het zuidelijke gedeelte dat doet denken aan een "woonvleugel".

Archeologisch onderzoek:

Het gebruik van 'duyvensteen' of 'duifsteen': Voor de fundering is tufsteen gebruikt. Een bericht uit 1660 meldt dat bij het verdiepen van de grachten in Alkmaar, ten oosten van de Friese Poort, zware en dikke fundamenten van tufsteen waren aangetroffen. Deze werden uitgegraven en verkocht. Gebruik van tufsteen kan inderdaad wijzen op een hogere ouderdom. Bij de aanleg van het Noord-Hollandskanaal in 1835 moest ook de Friese Poort verdwijnen. Bij het graven vond men funderingen van muren, torens, paalwerk en beschoeiing, alsmede huisraad, schedels en wapentuig.

Verwijzingen

Wikipedia
Kastelenlexicon
 

Algemeen:

De teksten zijn met toestemming overgenomen van Ben Dijkhuis, Middeleeuwse Dwangburchten
http://home.planet.nl/~dijkh287/kastelen/index.htm

Publicaties:

E.H.P. Cordfunke - Macht en aanzien, 2013 -- blz 100 - 103
Ben Dijkhuis - De Middeleeuwse dwangburchten van West-Friesland en Alkmaar, 2002 (met illustratie)
J.W. Groesbeek - Middeleeuwse kastelen van Noord-Holland, 1981 -- blz 221 - 226 (met illustratie)
E.H.P. Cordfunke - Torenburg, het kasteel en zijn bewoners, 1972
A.J. van der Aa - Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, 1839 -- DL.1 85, DL.11 299