KastelenInNederland.nl

Kuinre I / Aldebrech

YouTube

Heden ten dage...

Plaats
Kuinre I
Gemeente
Kuinre
Provincie
Steenwijkerland
Coördinaten RD x - y
185,500 - 532,800
Coördinaten dec nbr -ol
52.780155 - 5.840197
Commentaar? hier
Datum gegevens
vr 21 september 2018
Geraadpleegd (12 mnd)
1098
 

Locatie:

Op de grens van dit 'vrije' Friesland en het Oversticht, dat in handen was van het bisdom Utrecht, is de heerlijkheid Kuinre ontstaan. In 1165 schonk de Utrechtse bisschop Godfried van Rhenen aan de Friezen van Lammerbroek een stuk grond nabij het huidige Kuinre. Deze schenking was naar alle waarschijnlijkheid de eerste aanzet tot de kolonisatie in de tweede helft van de 12 eeuw en daarmee van het ontstaan van de nederzetting. De heerlijkheid Kuinre die in de loop der tijd ontstond moet ongeveer de grootte gehad hebben van de huidige Noordoostpolder.

Over van middeleeuwse toestand:

Geconsolideerde opgraving.

Geschiedenis

Voldoet aan definitie
voldoet
 

Bouwgeschiedenis:

Stichting
1118
Typologie
Ronde of ovale burcht
Zichtbare toestand:
Ruïne

Typologie tekst:

Oorspronkelijk een motte maar in het begin van de 13e eeuw omgevormd tot een ronde of polygonaal kasteel.
Bron: De eerste vermelding van de naam Kuinre komen we tegen in een oorkonde uit 1118. Hierin verkrijgt de Utrechtse bisschop Godebold door ruiling een 'swechus juxtta Cunre' met enige hoeven. In de oorkonde wordt een weide bedoeld die gelegen was aan de rivier de Kuinder, maar de locatie hiervan is niet precies bekend.

Bouwgeschiedenis:

De burchten van Kuinre lagen uiterst strategisch gepositioneerd ten op zichte van de rivieren de Kuinder of Tjonger en Linde en de handelsroutes van diverse hanzesteden over de Zuiderzee. Hun verdediging was gebaseerd op een heuvel met daar uit oprijzend of bovenop staand een ringmuur Tevens hadden ze een uitgestrekt stelsel van watervoerende grachten / sloten en wallen. Om deze grachten watervoerend te houden moest men het complex op een laag punt in de omgeving aanleggen. Illustratief hiervoor is dat de tweede burcht in 1433 zelfs werd buitengedijkt. In het open, vrijwel boomloze, landschap waarin de burchten lagen moeten deze uitgestrekte complexen grote indruk gemaakt hebben.

Vanaf mogelijk het laatste kwart van de 12e eeuw tot aan 1531 heeft men bij de burchten van Kuinre steeds vastgehouden aan hetzelfde bouwconcept, die van het mottekasteel. Het mottekasteel was voor de landsheren en de hoge adel een veel gebruikt type burcht voor de opbouw en de consolidatie van hun territorium. Later echter gingen zij veelal over tot de bouw van de meer moderne ronde of veelhoekige en vierkante kastelen. De lage adel bleef gebruik maken van het mottekasteel. De burchten van Kuinre zijn illustratief voor deze ontwikkeling.

Bezitgeschiedenis:

De heren van Kuinre sloegen in de late 13e en 14e eeuw munten zonder daartoe het recht te bezitten. Deze munten waren bovendien nabootsingen met een lager zilvergehalte van munten van machtiger vorsten. Uit de vondsten blijkt dat de munten van Kuinre voornamelijk hebben gecirculeerd in de gebieden rond de Oostzee en de Noordzee: Scandinavië, de Noord-Duitse kust, Denemarken, Friesland, Holland en Engeland. Voornamelijk door de opkomst van de metaaldetector zijn in Nederland de laatste jaren een groeiend aantal exemplaren bekend geworden. Binnen de vondstverspreiding hiervan vormt Friesland het kerngebied.

Behalve door deze kernactiviteiten van piraterij en valsemunterij lieten de Heren van Kuinre zich in de late Middeleeuwen ook op het politieke vlak gelden. De burcht van Kuinre had in de oorlogen die de graaf van Holland Albrecht van Beieren aan het einde van de 14e eeuw voerde om Friesland te veroveren een belangrijke rol gespeeld. In deze periode hadden de heren van Kuinre kans gezien om naast hun leenrechterlijke relatie met de bisschop van Utrecht ook allianties met zowel de graaf van Holland als de Friezen aan te gaan. Met deze tegenstrijdige belangen waren ze voor de bisschop een onbetrouwbare bondgenoot.

Historische betekenis:

Geschreven bronnen uit de periode van het eind van de 12 tot en met het begin van de 15e eeuw verwijzen naar de aanwezigheid van verschillende heren of ridders van Kuinre en het bestaan van een 'bergh' te Kuinre. Rond 1197 is er in de bronnen sprake van ene 'Heynric die Crane', een bisschoppelijke ministeriaal (ambtman), die vanuit zijn versterking de Friezen bestookte. In dat jaar werd zijn burcht bij een aanval van graaf Willem van Friesland (de latere graaf van Holland) met de grond gelijk gemaakt. In 1204 verzoenden de graaf van Holland en de bisschop van Utrecht zich en kreeg de Heer van Kuinre zijn goederen en rechten terug. Tussen 1213 en 1263 zijn er in de historische bronnen geen vermeldingen bekend van ridders of heren van Kuinre. Vreemd genoeg word heer Jan van Kuinre in 1331 door graaf Willem III van Holland beleend met onder andere de heerlijkheid Kuinre, waartoe de 'alde berch' bij Kuinre behoorde. De belening omvatte tevens een gedeelte van het strategisch gelegen eiland Urk en een deel van Schokland. De heren van Kuinre hadden een grote machtspositie, omdat de handelsroutes van en naar de IJsselmonding langs hun territorium liepen. Het kasteel Kuinre was bovendien ook nog eens uitermate strategisch gepositioneerd ten opzichte van de rivieren de Kuinder of Tjonger en de Linde. Emmeloord (op Schokland, dat nog tot het midden van de 15e eeuw aan het vaste land verbonden moet zijn geweest) diende tevens als uitvalsbasis voor hun rooftochten op de Zuiderzee. In de 14e eeuw klaagden de besturen van onder andere de Hanzesteden Zwolle, Kampen, Deventer, Stavoren, Hamburg, (Duitsland) en Danzig (Polen, nu Gdansk geheten) dan ook herhaaldelijk over hun misdragingen.

Archeologisch onderzoek:

De twee Kuinderburchten zijn in 1943 en 1951, kort na de drooglegging van de Noordoostpolder archeologisch onderzocht en genieten beide vanaf 1978 de status van archeologisch monument. De eerste burcht is in 1948 gedeeltelijk gereconstrueerd. In 1988 is deze reconstructie aangepast.
Sinds kort is er, mede naar aanleiding van de in het Poldermuseum Nieuw Land te Lelystad gehouden tentoonstelling 'Kuinre: Bagdad van het Noorden', hernieuwde belangstelling voor de burchten. Dit heeft ertoe geleid dat de Stichting Burcht(en) van Kuinre is opgericht. Deze stichting heeft zich tot doel gesteld om, in het kader van de toeristische ontwikkeling van het oostelijke deel van de Noordoostpolder, te komen tot een eventuele reconstructie en herbouw van de burcht(en). Om een verantwoorde presentatie te kunnen onderbouwen heeft men gekozen voor het doen van nieuw archeologisch en historisch onderzoek.

Verwijzingen

URL Historisch
 

Publicaties:

P. den Boer - De zonnewijzers van de Tweede Burcht van Kuinre, 2012 -- blz 181-187

A.G.M. Spiekhout - Kastelen met een meervoudige ronde omgrachting, 2012 -- blz 75

A.G.M. Spiekhout - Tussen wal en gracht : Een classificerend en vergelijkend onderzoek naar de vorm en functie van het laatmiddeleeuwse kasteelcomplex 'de Waterburcht' te Eelde, 2010

P.C. de Boer - Het Graafschap Kuinre en zijn heren, 2004

Arnuldus Johannes Gevers - De havezaten in het land van Vollenhove en hun bewoners, 2004 -- blz 71-77 (met illustratie)

P.C. de Boer - Oude burchten in het nieuwe land : de middeleeuwse kastelen van Kuinre, 2002 (met illustratie)

P.C. de Boer - Burchten op de bodem van de zee: Aanvullend Archeologische Onderzoek (AAO) naar de burchten bij Kuinre, 2001

G.H. de Boer - De burchten van Kuinre, gemeente Noordoostpolder: een landschapskartering, 2000

meer...