KastelenInNederland.nl

De Baten / Ten Baan / De Batau

Heden ten dage...

Adres
Nedereindseweg 403
Plaats
Nieuwegein
Gemeente
Nieuwegein
Provincie
Utrecht
Coördinaten RD x - y
133,354 - 450,149
Coördinaten dec nbr -ol
52.0392080 - 5.0720280
Commentaar? hier
Datum gegevens
ma 10 december 2018
 

Over van middeleeuwse toestand:

Het kasteeleiland is nog steeds zichtbaar in het landschap, evenals een gedeelte van de oorspronkelijke omgrachting. Er is nog ca. 100 m van de voormalige oprijlaan naar het kasteel bewaard gebleven. Op de voormalige voorburcht staat een dwarshuisboerderij uit 1791, 'Huize De Batau' geheten, mogelijk op dezelfde plaats als haar middeleeuwse voorganger. Een van de stenen die de toegang tot het terrein markeren, is een fragment van een zandstenen fries met 'beslagwerk', dat mogelijk uit ca. 1600 zou kunnen dateren.

Geschiedenis

Voldoet aan definitie
voldoet
 

Etymologie:

De baten, dit slaat waarschijnlijk op de vruchtbaarheid van de omringende landerijen van het huis.

Bouwgeschiedenis:

(Bouw)fase 1 - 14e eeuw, 1e kwart t/m 1790
Typologie
Woontoren
Afm. hoofdburcht (m)
5 x 5m
Zichtbare toestand:
Intact
Mogelijk gebouwd door Hubert van Everdingen. [Bente, 1995] vermoedt dat de kastelen langs de Jutphase wetering in de tweede helft van de 13e eeuw of begin 14e eeuw zijn gebouwd. In 1551 wordt in de beleningsakte gemeld dat het huis is afgebroken. Maar op een kaart van 1626 staat een fiere woontoren.
Bron:
[Hermans, 2016]
(Bouw)fase 2 - 1790 t/m heden
Typologie
Woontoren
Zichtbare toestand:
Terrein met reliëf

Verwijzingen

Kastelenlexicon
 

Publicaties:

Taco Hermans - Middeleeuwse woontorens in Nederland : de bouwhistorische benadering van een kasteelvorm, 2016 -- blz 247-248 (met illustratie)
Jonna Dommerholt - Kastelen en Buitens in 'Oud' - Nieuwegein, 2005 -- blz 30-33 (met illustratie)
René van der Mark - De Batau, kasteel of edelmanswoning?, 1996
René van der Mark - Omgrachte hofsteden in Zuid-Utrecht, 1996
Ben Olde Meierink - Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, 1995 -- blz 120
Diederik Bente - Wijnestein, 1995 -- blz 120, 503