Valckevoort

Heden ten dage...

Plaats Baardwijk
Gemeente Waalwijk
Provincie Noord-Brabant
Coördinaten RD 134560,414460
Coördinaten WGS84 51.718511,5.091411
Commentaar ? Uw opmerkingen
Datum gegevens zo 16 januari 2022
Gezien (12 mnd) 112
Aanpassingen (>2019): Gewijzigd
 

Geschiedenis

 

Bouwgeschiedenis:

(Bouw)fase 1 - 1321 t/m 1839
Zichtbare toestand: Onbekend
Van der Aa schrijft dat er spoor meer te zien is..
(Bouw)fase 2 - 1839 t/m heden
Zichtbare toestand: Vlak terrein

Bezitgeschiedenis:

Arnout van Heukelum droeg in 1321 een huis en land in Doeveren (later bekend als Valkenvoort) op aan Holland. Zijn zoon noemde zich Otto van Heukelum van Valkenvoorde. In 1333 kwam het kasteel aan Ricoud van Heeswijk. Alias Van Leyenberch, alias Van Arkel van Leyenburg. Ridder in 1329. Otto van Valkenvoorde bezat tot 1367 het huis Valkenvoorde bij Doeveren aan de Maas. In dat jaar ontving zijn kleinzoon Jan Pijlijser het huis als een Hollands leen. Daarnaast verwierf hij in 1377 ook Brabantse leengoederen in Doeveren, Baardwijk, Heesbeen en Drunen. Het bezit ging in 1393 over op zoon Jan, gehuwd met Geertruid van Boxtel, en vermoedelijk woonachtig op de Pijlijserhoeve in Tilburg. Het paar had een zoon Willem en een dochter Adriana die huwde met mr. Jan de Monik uit een Bossche patriciërsfamilie. Tussen de families Pijlijser en De Monik ontstond een geschil over de diverse leengoederen. Na het uitsterven van de Pijlijsers in 1510 kwam Valkenvoort in het bezit van de familie De Jonghe, die tevens de heerlijke rechten over Baardwijk bezaten. Vanaf die tijd werd Valkenvoort tot Baardwijk gerekend. Van 1637 tot 1692 kerkten de katholieken van Baardwijk in de huiskapel op de hofstad Valkenvoort. In de 18de eeuw ging het bezit van de familie Van Wissekercke over naar het geslacht d'Overschie.

Verwijzingen

Kastelenlexicon 1113
 

Afbeeldingen:

Overige literatuur:
J.C. Korte - Repertorium op de lenen van de hofstede Heusden

Publicaties:

M. van Boven - Kastelen in Brabant; van burcht tot landhuis, 1982 -- blz 160

A.J. van der Aa - Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, 1839 -- DL.XI 498