KastelenInNederland.nl

Pelgrim

Heden ten dage...

Plaats
Nuland
Gemeente
's-Hertogenbosch
Provincie
Noord-Brabant
Commentaar? hier
Datum gegevens
di 15 februari 2011
Geraadpleegd (12 mnd)
230
 

Locatie:

In de buurt van de Zomerdijk.

Over van middeleeuwse toestand:

Het terrein is geheel overbouwd.

Geschiedenis

 

Etymologie:

Het huis werd genoemd naar Hendrick de Bije, die na een tocht naar het Heilige Land Hendrick de Bije gezegd Pelgrom ging heten.

Bouwgeschiedenis:

Stichting
1400
Zichtbare toestand:
Geheel overbouwd

Bouwgeschiedenis:

Het huis zal rond 1400 gebouwd zijn. Door de jaren heen werd het landgoed uitgebreid met wat land en enkele boerderijen. In 1888 bestaat het huis niet meer.

Bezitgeschiedenis:

In de vijftiende eeuw vinden we Hendrick de Bije gezegd Pelgrom als eigenaar van het huis. De volgende eigenaar werd zijn zoon Henrick Pelgrom de Bije, getrouwd met Catherina Sceymaeckers. Vervolgens komen er nog verschillende Pelgroms de Bije. Het huwelijk van de laatste Pelgrom, Anna Maria, getrouwd met Maximiliaan Anthony de Ghistelles blijft kinderloos, vandaar dat er een boedelscheiding plaatsvindt. Mr. Petrus Nagelmaeckers krijgt het slot met landerijen en enkele hoeves, waaronder ook de Pelgrimshoeve. De andere erfgenaam, Petrus Lossij verkoopt zijn deel aan Petrus Nagelmaeckers, welke in 1788 het zaakje verkoopt aan G.V.J. van Hagens, wonende op huis Den Elsbosch. Bewoner van het slot is dan Bastiaan van Vugt. In 1852 verkoopt Jan Willem Frans Joseph van Hagens het landgoed De Pelgrom, wat dan bestaat uit slot, grote en kleine Pelgrimshoeve, aan Theodorus Hanegraaf, die het in 1877 weer verkoopt aan Zijnen de Gier.

Verwijzingen

Kastelenlexicon
 

Algemeen:

Tekst: Peter van der Wielen

Afbeeldingen:

-'t Slot Pilgrum te Nuland, tekening, 1625, M. Wegenaer (het gaat hier om een falsificatie)

Publicaties:

W. Leenman - Slotje te Pelgrim in Nuland, 1990

M. van Boven - Kastelen in Brabant; van burcht tot landhuis, 1982 -- blz 158

A.J. van der Aa - Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, 1839 -- DL.VIII 323, DL.IX 121