Voldoet aan definitie
onbekend
Datum gegevens
22-mei-2009
Ligging
Haps / Cuijk / Noord-Brabant
Etymologie
Het huis genoemd naar de plaats waarbij het gelegen was. Haps, Keltisch, in de vorm ‘appa’ heeft het met water te maken.
Bouwgeschiedenis
In 1347 verblijven Reinoud ‘de Zwarte’ van Gelre en Otto van Cuijk op het huis, zodat het destijds al bestaan moet hebben. Na de Franse tijd verdween het huis van de kaart, maar tot diep in de negentiende eeuw heeft er nog muurwerk overeind gestaan. De fundamenten zitten mogelijk nog in de grond.
Bezitgeschiedenis
De heren van Haps komen zijdelings al voor rond het jaar 1275. De heerlijkheid Haps was afhankelijk van de heren van Cuijk en was volgens Zutphens leenrecht sterk gebonden aan Gelre. De eerste bekende heer van Haps is Hendrick van Hoeps, welke vermeldt wordt in 1322. Na Hendrick vinden we Gijsbert van Haps na 1346, en vervolgens Jutta van Haps, waarna de heerlijkheid over gaat in handen van de familie Berlair. In 1417 gaat de heerlijkheid over op de Gelderse hertogen. Bastaard Eduard van Gulik wordt met Haps beleend. Na de nodige strubbelingen tussen de geslachten Beli, Van Egmondt, Van Meer en Van Virneburg komt Haps uiteindelijk in 1523 in handen van Oswald van den Bergh, heer van Boxmeer. Via verervingen komt het huis via de familie van den Bergh in handen van de familie von Hohenzollern Sigmaringen.
Algemeen:
Tekst: Peter van de Wielen.
Afbeeldingen
Onbekend; een kaart uit 1738, op het gemeentehuis aanwezig, geeft in grove lijnen de omtrekken van het kasteel met de grachten weer.
Publicaties:
Aa, A.J. van der - Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, -- blz. DL.V 127
Kalkwiek, K.A. - De hertog en zijn burchten, -- blz. 170 (Haeps)
Martin, T. - Kastelen in Brabant; van burcht tot landhuis, -- blz. 151
Tromp, H.M.J. - Kastelen in Brabant; van burcht tot landhuis, -- blz. 151