Voldoet aan definitie
twijfel
Datum gegevens
27-aug-2009
Ligging
Ede / Ede / Gelderland
Westelijk van Bennekom ligt het Binnenveld, dat vroeger grotendeels uit moeras bestond. Langs de Langesteeg stond het kasteel Nergena (nu Dr. W. Dreeslaan) in Bennekom.
Huidige toestand
Het Herenhuis wat later is gebouwd, is na 1795 geleidelijk afgebroken. De Edese burgemeester Theodorus Prins liet het gebouw nog voor 1830 slopen.
In het Kijk- en Luistermuseum in Bennekom bevindt zich nog een haardplaat uit het huis.
Historische betekenis
Het kasteel stond bij het Rhenense veen en was een belangrijk verdedigingswerk in de gevechten met de bisschop van Utrecht. De verstandhouding tussen de Hertog van Gelre en de Bisschop van het sticht Utrecht was vaak erg slecht. Zij vochten hun geschillen vaak uit in de Gelderse Vallei. Aan de Gelderse kant lag een reeks versterkingen, waar Nergena er één van was. Andere versterkingen waren: Tarthorst in Wageningen, Harsselo en Hoekelum in Bennekom en Kernhem in Ede.
In de oude kerk in Bennekom is nog een ambtsjonkersbank en een Nergenabank.
Bezitgeschiedenis
In 1342 is er sprake van een kasteel. Dit kasteel is vooral geschikt als jachtslot. Hertog Willem geeft het kasteel aan Sander van Kodinchoven in levenslang gebruik. Sander moest het kasteel op kosten van de Hertog onderhouden. In 1435 stierf Sander het kasteel komt 3 jaar later in handen van Willem van Egmond. In 1471 wordt het kasteel door Johan van Kleef veroverd. Het werd op zijn naam gezet nadat 1000 rijnsgulden bovenop de pandsom werd gezet. In 1473 kreeg de Hertog van Kleef het huis Nergena samen met het Wachtendonc, dat er mee was verbonden, van de hertog van Bourgondië in eigendom als dank voor bewezen diensten. In de loop van de vijftiende eeuw is het "oude" kasteel Nergena verwoest.
Afbeeldingen
tekening Pronk Rijks Prenten kabinet Amsterdam
Publicaties:
Aa, A.J. van der - Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, -- blz. DL.8 67
Gorissen, F. - Die Burgen im Reich von Nimwegen, ausserhalb der Stadt Nimwegen, -- blz. 142-143
Kalkwiek, K.A. - De hertog en zijn burchten, -- blz. 132