Home

Kasteeldefinitie

Hieronder volgt de definitie zoals prof Hans L. Janssen deze gebruikt:

Het kasteel is de versterkte residentie van een heer; het verschijnsel is onverbrekelijk verbonden met de feodale maatschappijvorm, zoals die in de middeleeuwen in Europa voorkwam. Als versterking is het een private defensieve structuur, die door een heer en zijn familie met enige dienaren en vazallen wordt bewoond en kan worden verdedigd. Het kasteel moet onderscheiden worden van communale, meestal van het centrale gezag uitgaande versterkingen.

In deze definitie komen een aantal begrippen naar voren als versterkt, feodaal en heer.

Versterkt.

Een bouwwerk is versterkt als deze zich kon weren tegen aanvallen zoals die in de middeleeuwen zich voordeden. In Nederland moet je je daar over het algemeen geen legers van duizenden tot de tanden bewapende soldaten bij voorstellen. Meestal waren dit enkele goed uitgeruste ridders te paard en een groep van 10 tot 50 boeren die onder de wapenen waren geroepen. De meeste versterkte huizen waren daar dan ook op gericht. Een gracht met daarbinnen een gebouw met muren van minimaal 60 cm dikte was een zeer goed te verdedigen huis.

Uiteraard waren er ook situaties waarin wel degelijk een leger optrad. Dit zijn dan ook meestal de kastelen van de hoogstgeplaatsten (graven en hertogen). Deze kastelen waren dan ook veel beter verdedigbaar, muren van 1 m dikte vormen dan geen uitzondering.

Feodaal

De kastelen zijn met name in de middeleeuwen ontstaan. In deze periode ontbrak het centrale gezag en zag iedereen zich genoodzaakt zichzelf te verdedigen.

Heer

Een kasteel werd bewoond door een heer, zijn gezin en knechten. Dit geldt niet voor alle kastelen anders vallen de fraaie ringwalburchten of zelfs kastelen als Muiderslot en Loevestein buiten de boot.

bronnen:

H.L. Janssen - Het kasteel centraal, 1992
H.L. Janssen e.a. - 1000 jaar kastelen in Nederland, Utrecht, 1996

Enquette

Mooiste kasteel van Nederland

Advertentie

Ga naar boven